Zweefvliegen.. Klinkt heel leuk! Maar wat is het eigenlijk precies? Hoe start je zonder motor? Wat gebeurt er als de wind wegvalt? Wat als je opeens moet landen? Allemaal vragen die we geregeld krijgen. Op deze pagina leggen we de basics uit, zodat je straks begrijpt hoe we starten en dat wind helemaal niet relevant voor ons is om in de lucht te blijven.

 

Zweefvliegers stijgen over het algemeen op twee manieren op: ze maken een lierstart of een sleepstart. Bij een lierstart helpt een lier je de lucht in, bij een sleepstart trekt een motorvliegtuig je de lucht in. Omdat lieren veel goedkoper is voeren de meeste clubs voornamelijk lierstarts uit. Zo ook bij de ZES!

Lierstart
In de eerste afbeelding zie je een afbeelding afkomstig van zweefvliegopleiding.nl. Links op de afbeelding staat bij de (1) het zweefvliegtuig, helemaal rechts staat de lier. Over het algemeen zit er meer dan een kilometer ruimte tussen beide!

Van de lier loopt een kabel naar het zweefvliegtuig, die wordt aangehaakt. Vervolgens gaat na het sein ‘licht’ de lier, die bedient wordt door een persoon, de kabel rustig intrekken. De kabel wordt opgerold op een trommel. Wanneer de kabel tussen het zweefvliegtuig en de lier strak staat wordt het sein ‘strak’ gegeven. De lierist geeft vervolgens gas, waardoor de kabel nu snel wordt ingetrokken. Het vliegtuig gaat vervolgens accelereren.

Als het zweefvliegtuig voldoende snelheid heeft kan de piloot hem rustig op laten stijgen, wat roteren wordt genoemd. Dit is te zien in positie (2) in de afbeelding. In het begin van de lierstart stijgen we nooit te steil.

Als het zweefvliegtuig bij (3) eenmaal wat hoger zit gaat de piloot wel aardig steil omhoog sturen, omdat we zoveel mogelijk hoogte willen winnen aan de lier.

Wanneer het zweefvliegtuig bij (4) boven de lier is, kan de lier hem niet meer verder omhoog helpen. De kabel wordt losgekoppeld en de vlucht kan beginnen!


Sleepstart
Soms voeren we ook sleepstarts uit. Slepen heeft het voordeel dat je in de lucht kan worden afgezet waar en hoe hoog je wilt. Zo kan je zorgen dat je meer kans hebt om thermiek te vinden.

Bij een sleepstart hangt een zweefvliegtuig met een redelijk lange kabel vast aan een motorvliegtuig. Het motorvliegtuig (of sleepkist) trekt het zweefvliegtuig dan zo omhoog. Wanneer je op de gewenste hoogte bent ontkoppel je, en zweef je!

lierstart

DCIM100GOPRO

Dubbelsleep

Wolkensleep 22 aug 10

Wanneer je los komt van de lier glij je in principe uit, totdat je weer op de grond staat. Na een normale lierstart op ons veld zit je vaak op 500 meter hoogte, en duurt het een kleine 10 minuutjes voordat je weer geland bent.

Maar de uitdaging is natuurlijk om langer te vliegen! Daarom gaan wij op zoek naar thermiek. Dit is lucht die op het aardoppervlak zo is opgewarmd dat het omhoog is gaan stijgen. Als een zweefvliegtuig in deze lucht vliegt, gaat het met de lucht omhoog.

Thermiek kan je niet letterlijk zien, maar er zijn wel indicatoren die je helpen bij het zoeken naar thermiek. Zo kan je naar het aardoppervlak kijken: het ene grondtype warmt sneller op dan de ander. Je kan ook naar de wolken kijken. De warme opstijgende lucht condenseert namelijk vaak op een bepaalde hoogte, waar je vervolgens een wolk krijgt. Zo’n soort wolk heet een cumulus, of een ‘cumul’. Zie de eerste afbeelding rechts, waar 2 zweefvliegtuigen cumuls afvliegen op zoek naar thermiek.

Deze thermiek gaat vaak in de vorm van een cilinder of bel omhoog, zie de tweede afbeelding. Daarom spreken we van een ‘thermiekbel’, of gewoon een ‘bel’. De straal van deze bel of cilinder is helaas niet oneindig. Daarom gaan we cirkelen (2) als we de thermiek binnenvliegen (1). Zo kunnen we met de bel mee omhoog totdat we aan de ‘basis’ van de cumul (A) zitten. Daarna verlaten we de bel door weer rechtuit te vliegen (3), en kunnen we verder op onze route, op zoek naar de volgende thermiekbel.

Hoeveel afstand je met een bepaalde hoogte kan afleggen hangt per zweefvliegtuig af. Bij de ZES kunnen de meest gangbare zweefvliegtuigen ongeveer 40 kilometer afleggen als zij op 1 kilometer hoogte zitten. Je spreekt dan van een ‘glijgetal’ van 1 op 40.

Op naar de cumuls!

thermiek

Cirkelen in een thermiekbel

Veel mensen vragen wat er gebeurt als je plotseling moet landen. Met zweefvliegen hoef je echter nooit. Je weet dat je met een bepaald ‘glijgetal’ uitglijd, en je kan dus bij iedere hoogte inschatten hoe lang het nog duurt voordat je aan de grond staat als je geen thermiek meer vind.

Voor het landen op een vliegveld hebben we afspraken gemaakt. Dit is te zien in de afbeelding hiernaast. De hele landingsbaan ligt van het landingsveld naar de lier. Op het landingsveld, wat vlakbij de startpositie is, willen we landen.

We beginnen op aanknopingspunt ons circuit: In het geval van de afbeelding op 200 meter hoogte, 500 meter naast de lier. Vervolgens vliegen we parallel aan de landingsbaan ons downwind, om vervolgens naar base leg te draaien wanneer het landingsveld 45 graden achter ons is. Vanuit base draaien we in op final zodat we recht voor het landingsveld komen te vliegen.

Wanneer we op final zitten kunnen we met onze remkleppen zorgen dat we sneller dalen als dit nodig is. Zo kunnen we heel precies mikken waar we willen landen. Zie als voorbeeld het gele vliegtuig op de afbeelding hiernaast, die de kleppen uit heeft om sneller te dalen.

Een ervaren zweefvlieger kan zonder problemen een zweefvliegtuig landen op een stuk van 30×30 meter.

Een zweefvliegtuig in de landing, met kleppen uit

Het circuit

1 Reactie
Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Verwijder formulierToevoegen